12 Meeuw

Na de oorlog zijn er een hele poos reddingssloepen verhuurd om inkomsten de verkrijgen. Deze schepen zullen waarschijnlijk niet meer aan de eisen van de verhuurders hebben voldaan.

Om de verhuur weer nieuw leven in te blazen, is toen besloten om weer nieuwe schepen te gaan bouwen die wel aan de eisen van de huurders voldeden. Ook kon de werkeloze winterperiode op deze manier worden overbrugt. 

Het eerste schip wat voor de verhuur is gebouwd, is de Meeuw. Dit schip is in 1956 gebouwd. In deze tijd was het gebruikelijk om de romp van ijzer te maken en hier vervolgens een houten opbouw op te plaatsen. Dit is in eerste instantie ook gebeurt met deze kruiser.

Het schip is 10.20 meter lang en 3 meter breed met een diepgang van 60 cm. De foto's hieronder geven een impressie van het schip in de beginjaren. Voor de voortstuwing is jarenlang een A-ford gebruikt.

Meeuw1Meeuw2Meeuw3Meeuw4

Na een aantal jaren was de houten opbouw toe aan vervanging. Dit zal in het begin van de 70'er jaren zijn geweest. Hierop is besloten om deze te vervangen voor een stalen kajuit. Door het dak van de stuurhut in te korten werd het nu ook mogelijk om met een open kuip te varen. Ook is de motor in deze periode vervangen voor een Mercedes.

In 1978 is het schip verkocht aan Kees en Koos van der Veer (Koos was de zus van Boele en Tjib). Zij hebben het schip jarenlang voor de verhuur aan Boele in bruikleen gegeven op voorwaarde dat zij er zelf in de zomer 3 weken mee op vakantie konden.

Meeuw5Meeuw6

Doordat het schip voor de verhuur werd gebruikt, draagt het schip een paar bijzondere verhalen met zich mee. Zo is het gebeurt dat huurders de hele (toen nog houten) stuurhut van het schip af hebben gevaren. Bij een brug stond op de kaart een hoogte aangegeven waar het schip onderdoor zou moeten kunnen. Echter, ter versteviging van de brug was er een extra balk onder het wegdek gelast. Hierdoor paste het schip niet meer onder de brug door, en hebben de huurders de stuurhut kapotgevaren. Deze is in z'n geheel op het achterdek terecht gekomen. Toen het schip vervolgens op vrijdagmiddag thuiskwam, was het zaak om zo snel mogelijk te beginnen met herstelwerkzaamheden, want op zaterdagmorgen moest het schip weer klaar zijn voor de volgende huurders.

Ook is het voorgekomen dat huurders het ijselmeer waren overgestoken, maar niet meer terug durfden. Vervolgens is Boele van der Werff naar het schip toe gegaan en heeft hij deze in één dag weer teruggevaren naar de werf. Dit was alleen mogelijk door de begrenzer te verwijderen en vol gas het meer over te steken. Toen Boele halverwege eens onder de motorkap keek, was de uitlaat rood van de hitte die de uitlaatgassen met zich meebrachten.

Om de verhuur van schepen winstgevend te houden, was het nodig om reklame te maken. Hiervoor zijn er een aantal grote posters gemaakt met de schepen die voor de verhuur werden aangeboden. Daarnaast zijn van een aantal schepen kleinere informatieflyers gemaakt.

Van de Meeuw is, naast een afbeelding op de grote poster, een kleine informatieflyer bewaard gebleven. Op deze flyer is ook een foto van het interieur, en een tekening van de indeling van het schip te vinden:

Meeuw7meeuw8

Nadat het schip jarenlang in het bezit is geweest van de familie Van der Veer, is het schip ergens tussen 1988 en 1990 verkocht aan Sjouke Riepstra.